Parkeren zonder boete
1 m, 5 m, 15 m, 20 m: het examen is dol op die afstanden. Hier zijn ze.
Stilstaan is de tijd om in of uit te stappen of te laden en te lossen; langer is parkeren, en dat is op meer plaatsen verboden.
Stilstaan of parkeren?
Stilstaan: niet langer stilstaan dan nodig om personen te laten in- of uitstappen, of zaken te laden of te lossen. Langer is parkeren. Tanken of een elektrische auto opladen wordt als parkeren beschouwd.
Waar je je opstelt
Rechts in je rijrichting (bij eenrichtingsverkeer links of rechts). In principe op de gelijkgrondse berm (buiten de bebouwde kom: elke berm), met 1,50 m vrij voor voetgangers als zij die moeten volgen. Op de rijbaan: ver van de aslijn, evenwijdig met de rand behoudens bijzondere plaatsaanleg, in één file.
Niet stilstaan, niet parkeren
Onder meer: op trottoirs en fietspaden, op overwegen, op oversteekplaatsen voor voetgangers of fietsers en op de rijbaan op minder dan 5 meter ervoor, in tunnels, op een verhoogde inrichting, nabij de top van een helling of in een bocht bij onvoldoende zicht.
Bij kruispunten en verkeersborden
In principe niet stilstaan of parkeren binnen 5 m van de dwarsrijbaan, of binnen 20 m voor lichten en borden. Uitzondering op die 20 m, behalve bij lichten op kruispunten: voertuig tot 1,65 m hoog, lading inbegrepen, als de onderkant van bord of licht minstens 2 m hoog hangt.
Parkeerverbod: afstanden
Op minder dan 1 meter voor of achter een ander voertuig. Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord van een bus-, tram- of trolleybushalte. Voor een inrij, behalve als je inschrijvingsteken er leesbaar is aangebracht. Als de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter wordt.
Parkeerverbod: elders
Op een rijbaan verdeeld in rijstroken, behalve met bord E9a of E9b. Langs de gele onderbroken streep. Tegenover een geparkeerd voertuig als kruisen daardoor moeilijk wordt. En geen voertuig te koop of te huur tentoonstellen op de openbare weg.
's Nachts geparkeerd: je lichten
Van avondval tot dageraad, of als je niet meer duidelijk tot op ongeveer 200 m ziet: vooraan standlichten, achteraan rode lichten. Binnen de bebouwde kom, evenwijdig geparkeerd, zonder aanhangwagen: één parkeerlicht aan de kant van de aslijn volstaat. Niet verplicht als de openbare verlichting je op 100 m zichtbaar maakt.
De valkuil: je eigen garage
Ook voor de inrij van je eigen huis is parkeren verboden. Enige uitzondering: je inschrijvingsteken is leesbaar op die inrij aangebracht.
1 m tussen auto's, 5 m voor een oversteekplaats voor voetgangers, 15 m rond de bushalte.
⚡ Flitsquiz
4 examenvragen over dit thema. Foutloos? Dan is de fiche afgerond.
Wat de wegcode zegt
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 2.22 et 2.23
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 23.1
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 23.2 à 23.4 (placement ; deux-roues)
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 24, alinéa 1er, 1° à 6°
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 24, alinéa 1er, 7° à 11°, et alinéa 2
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 25.1, 1° à 7°
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 25.1, 8° à 15° (interdictions de stationnement)
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 25.2 (véhicules exposés à la vente)
- Code de la route (AR 1er décembre 1975), art. 31.1, 31.1.1 et 31.2 (feux à l’arrêt et en stationnement)