Zebrago
← Leren
Voetgangers en fietsers2 min

Fietsers: de juiste afstand

Fietsers kom je overal tegen. Op het examen gaat het over afstand, fietspaden en twee borden die weinig mensen kennen.

In één zin

Je houdt minstens 1 meter afstand van een fietser (1,5 meter buiten de bebouwde kom) en je nadert oversteekplaatsen voor fietsers met matige snelheid.

  1. Fietspad met bord

    Een berijdbaar fietspad aangeduid door een D7 of D9: fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A moeten het volgen als het in hun rijrichting gesignaleerd is. Een deel van de openbare weg met een D10, voorbehouden voor voetgangers en fietsers: fietsers moeten het gebruiken.

    D7D10
  2. Fietspad met markeringen

    Een strook tussen twee evenwijdige witte onderbroken strepen, niet breed genoeg voor auto's: dat is een fietspad. De fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets klasse A moet het volgen als het rechts in zijn rijrichting ligt. Ligt het links, dan mag hij het niet volgen.

  3. Met twee naast elkaar

    Op de rijbaan mogen fietsers met twee naast elkaar rijden, behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom rijden ze achter elkaar bij het naderen van een achteropkomend voertuig. Achter elkaar ook met een aanhangwagen aan de fiets of op een busstrook.

  4. Minstens 1 meter

    Met de auto laat je minstens 1 meter zijdelingse afstand tussen jou en een fietser of tweewielige bromfiets, buiten de bebouwde kom 1,5 meter. Dubbel voorzichtig met fietsende kinderen en bejaarden.

  5. Oversteekplaats voor fietsers

    Je nadert de oversteekplaats met matige snelheid, zonder wie erop is in gevaar te brengen of te hinderen. Zo nodig stop je om ze te laten doorrijden. En je rijdt er niet op als het verkeer zo belemmerd is dat je er waarschijnlijk zou moeten stoppen.

    F50
  6. De borden B22 en B23

    Ze staan bij verkeerslichten en laten fietsers en speed pedelecs door rood of oranjegeel rijden: het B22 om rechts af te slaan, het B23 om rechtdoor te rijden. Op voorwaarde dat ze voorrang verlenen aan de andere weggebruikers.

    B22B23
  7. Verboden op de fiets

    Rijden zonder het stuur vast te houden, zonder de voeten op de pedalen of voetsteunen, door zich te laten voorttrekken, of terwijl ze een dier aan het leizeel houden: verboden voor fietsers en bromfietsers.

De valkuil: fietsers naast elkaar

Twee fietsers die naast elkaar op de rijbaan rijden, overtreden niets: het mag, behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom gaan ze achter elkaar rijden als jij van achteren nadert.

Onthoud

Fietser naast je: 1 meter in de bebouwde kom, 1,5 meter erbuiten.

⚡ Flitsquiz

4 examenvragen over dit thema. Foutloos? Dan is de fiche afgerond.

Wat de wegcode zegt