Zebrago
← Leren
Documenten, uitrusting en lading2 min

Lading en slepen

Fietsendrager, volle koffer, een defecte auto slepen: dit hoofdstuk zit vol kleine cijfers die op het examen komen.

In één zin

Je lading hindert niet, valt niet en verbergt geen lichten of nummerplaat. Je sleept een auto alleen als hij defect is of niet meer alle veiligheidswaarborgen biedt.

  1. Een goed geschikte lading

    Bij normale wegomstandigheden mag je lading je zicht niet hinderen, geen gevaar vormen voor jou, je passagiers of de andere weggebruikers, geen schade veroorzaken aan de openbare weg of aan eigendommen, niet slepen of vallen, en de stabiliteit van het voertuig niet in het gedrang brengen.

  2. Lichten en nummerplaat zichtbaar

    Ze mag ook je lichten, reflectoren en inschrijvingsnummer niet onzichtbaar maken. Een fietsendrager die je nummerplaat of lichten verbergt, is dus verboden.

  3. Niets steekt vooraan uit

    In geen geval mag de lading vooraan buiten het voertuig uitsteken. Enige uitzondering: slepen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van auto's, met maximaal 0,50 m.

  4. Meer dan 1 m achteraan

    Als het voertuig niet verlicht moet zijn, wordt een lading die meer dan één meter achteraan uitsteekt gesignaleerd met een vierkantig bord van 0,50 m, met rode en witte strepen (de rode retroreflecterend), bevestigd aan de grootste uitstek.

  5. Een defecte auto slepen

    Je mag een motorvoertuig alleen slepen als het zich niet meer op eigen kracht kan verplaatsen of niet meer alle veiligheidswaarborgen biedt.

  6. Koppeling langer dan 3 m

    Meer dan 3 meter tussen het voorvlak van de aanhangwagen, of het gesleepte voertuig, en het achtervlak van het trekkend voertuig? Dan signaleer je de koppeling: zonder verplichte verlichting met een rode lap; met verplichte verlichting met een van ter zijde zichtbaar oranje licht, tenzij de koppeling verlicht is.

  7. Noodkoppeling: 25 km/u

    Een noodkoppeling, zoals een touw: alleen bij overmacht, om met maximaal 25 km/u tot op de plaats van herstelling te brengen: een auto die niet meer op eigen kracht rijdt of niet meer veilig is, of een aanhangwagen met een onveilige hoofdkoppeling. Verboden op de autosnelweg en op de autoweg.

De valkuil: het touw op de autosnelweg

Zelfs aan 25 km per uur, zelfs bij overmacht: op de autosnelweg is slepen met een nood- of hulpkoppeling verboden.

Onthoud

Noodkoppeling: overmacht, 25 km/u, tot de plaats van herstelling.

⚡ Flitsquiz

4 examenvragen over dit thema. Foutloos? Dan is de fiche afgerond.

Wat de wegcode zegt